7. Welke personen worden in de meting functiemix opgenomen?
Monitoring van de functiemix wordt verricht aan de hand van de verplichte gegevensleveringen aan DUO, meestal via de salarisadministratie van een school.
Personeel dat in de salarisadministratie geregistreerd staat in de functiecategorie ‘leraar’ (functiecategorie 8, 9 of 11), telt mee voor de monitoring, ongeacht baanomvang of taakverdeling.
Als ‘vervangende’ leraren niet herkenbaar als vervanger worden geregistreerd, tellen ze noodzakelijkerwijs mee in de monitoring van de functiemix van de school. Dat wil zeggen dat de aanstellingen met code = 3 als aard van arbeidsrelatie (‘benoeming in tijdelijke dienst, in verband met vervanging’) niet zijn meegenomen in de monitoring van de functiemix. Code 3 is opgenomen in bijlage 1, par. 2.1.2 en par. 2.2., van het Besluit Informatievoorziening WVO (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0008948).
De salarisschaal van een leraar en de schaal die hoort bij een functie komen in de salarisadministratie niet altijd met elkaar overeen. Voor de verdeling van de leraren over de functiemix wordt daarom uitgegaan van de feitelijke salarisschaal. Afwijkende salarisschalen worden omgezet in de leraarschalen LB, LC of LD, op basis van het bijbehorende bedrag. Zo worden leraren in functiecategorie 8, 9 of 11 in salarisschalen 10, 11 en 12 (veelal leraren met een garantieschaal als directielid of remedial teachers) bij de corresponderende schalen opgeteld:
Schaal 11 wordt LC
Schaal 12 wordt LD
Schaal 13 wordt LE
Waar dit niet mogelijk is wordt de schaal als ‘overig’ weergegeven. De verdeling over de salarisschalen wordt niet aangepast voor BAPO of ander verlof.
Leraren met oude HOS-salarisuitzichten schaal 11 en schaal 12 worden verwerkt als LC, resp. LD.
- Login om te reageren
