Functiemix

Functiemix Het kan in het onderwijs

Top 8 veelgestelde vragen PO

De functiemix is de verdeling van leraren over de salarisschalen LA, LB en LC (het loongebouw). Zo was bijvoorbeeld de functiemix in het PO in 2006 als volgt: 98,7% van de leraren werd beloond in salarisschaal LA, 1,2 % in LB en 0,1% in LC. De komende jaren komt er aanmerkelijk meer geld beschikbaar voor de versterking van de functiemix. Daardoor kunnen meer leraren een hogere functie krijgen en meer verdienen. Het streven is om meer leraren voor de klas carrière te laten maken. Per onderwijssector zijn er afspraken gemaakt om meer leraren in hogere salarisschalen te plaatsen. Dit heet de versterking van de functiemix. De functiemix geldt voor het primair en voortgezet onderwijs, het hoger beroepsonderwijs en middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie. Voor deze laatste sector wordt de term salarismix gebruikt. Meer informatie over de functiemix leraren vindt u via de websites 'Het kan in het onderwijs' en 'Functiemix leerkracht'.
De sociale partners hebben de afspraken over de versterking van de functiemix in de CAO verankerd en hebben daarbij ook nadere afspraken gemaakt over de criteria voor de toekenning van hogere schalen. Om bij het voorbeeld van het voortgezet onderwijs te blijven, daar is afgesproken dat in 2014 de functiemix gegroeid is tot 58% LA, 40% LB en 2% LC, wat betekent dat het aandeel leraren in schaal LB en LC respectievelijk met 38,8 en 1,9 procentpunten moeten groeien. Zo zijn er ook voor de overige sectoren (VO, MBO en HBO) nulmetingen uitgevoerd en doelstellingen geformuleerd voor 2014.

Voor meer informatie over de afspraken onder de functiemix wordt u in eerste instantie verwezen naar de website www.functiemix.nl en naar de website www.hetkaninhetonderwijs.nl. De website is vooral bedoeld voor bestuurders, MR-leden, directeuren, leraren en andere betrokkenen. Zij kunnen hier de ontwikkeling van de functiemix volgen. Het is ook mogelijk om de functiemix te vergelijken met het gemiddelde, bijvoorbeeld van de schoolsoort of regio, met andere instellingen, en met de doelstelling.
De site bevat ook documenten als het Convenant LeerKracht van Nederland. Deze kunt u vinden via deze link; aan de rechterzijde van deze pagina kunt u de convenanten van de verschillende sectoren downloaden.
Ook is aanvullende informatie te vinden in de CAO-PO, waar de tripartiete convenantsafspraken door de sociale partners verder zijn uitgewerkt. Sociale partners hebben gezamenlijk een handleiding over de implementatie van de versterking van de functiemix opgesteld, welke via de websites van de sociale partners te vinden is.

Op www.functiemix.minocw.nl kunnen alle betrokkenen de ontwikkeling van de functiemix volgen op school- en bestuursniveau, evenals de ontwikkeling per schoolsoort en per sector. Op deze website wordt niet alleen de functiemix (de verdeling van leraren over de salarisschalen) weergegeven. U vindt er ook aanvullende informatie over het personeel en de leerlingen van een school, bijvoorbeeld het aantal leraren (in fte’s).

De schoolleiding zal met de P(G)MR samen een functiegebouw moeten creëren waarin de leraren meer mogelijkheden krijgen om door te groeien naar LB en LC-functies.Voor dit functiegebouw zijn enkele aanvullende afspraken gemaakt tussen de sociale partners (en vastgelegd in de cao). Zo hebben de sociale partners afgesproken dat de nieuwe LB- en LC-functies uitsluitend bestemd zijn voor leraren met lesgeven als hoofdtaak, dat wil zeggen dat zij voor meer dan circa 50% belast moeten zijn met een lestaak. De sociale partners hebben zich gebogen over voorbeeldfuncties voor schalen LB en LC, waarin lesgeven en het primaire proces centraal staan. Deze zijn te vinden via www.hetkanhetinhetonderwijs.nl, op de sites van de PO-raad en de vakbonden.

De functiemix is geen overheidsregeling; het is een gezamenlijk initiatief van de werkgevers, de vakbonden en het Ministerie van OCW. Voor werkgevers bestaat al meerdere jaren de mogelijkheid om zelf functieomschrijvingen volgens de FUWA PO en VO te ontwikkelen. Deze kunnen ook gebruikt worden door werkgevers om zelf functieomschrijvingen en profielen te ontwikkelen in het kader van de functiemix.
Er zijn wel voorbeeldfuncties LB voor het basisonderwijs en LC voor het speciaal (basis) onderwijs ontwikkeld. Via de website hetkaninhetonderwijs.nl en via http://www.poraad.nl/index.php?p=274090 kunt u deze voorbeeldfuncties downloaden.

De middelen voor de versterking van de landelijke functiemix (voor PO en VO) zijn  opgenomen in de lumpsum. De middelen voor de versterking van de functiemix in de Randstadregio’s voor VO en MBO worden verstrekt op grond van een ministeriële regeling.De afspraken over de versterking van de functiemix (zowel landelijk als Randstadregio’s) gaan uit van vertrouwen en de filosofie van de lumpsum. Formeel zijn deze middelen dan ook niet geoormerkt, omdat er dan ieder jaar een exacte verrekening zou moeten plaatsvinden wat de nodige verantwoordingslasten met zich zou meebrengen (er wordt immers gewerkt met normatieve bedragen). Maar, het niet besteden van de functiemixmiddelen aan het daarvoor bestemde doel zal wel de nodige gevolgen hebben.Immers, als het bevoegd gezag de middelen niet (of niet voldoende) inzet voor de versterking van de functiemix, betekent dit dat de doelstelling niet zal worden gehaald. Bij het niet voldoen aan de doelstellingen, kan de oploop van de middelen voor de versterking van de functiemix in 2012 worden bevroren en wordt de aanvullende bekostiging afgestemd op de op dat moment gerealiseerde functiemix op bestuursniveau.

De ontwikkeling van de functiemix wordt op verzoek van de Tweede Kamer tweemaal per jaar op 1 maart en 1 oktober gemeten. De resultaten worden in respectievelijk begin mei in de Voortgangsprapportage Leerkracht en op de derde dinsdag van september middels de Nota Werken in het Onderwijs door de bewindslieden aan de Tweede Kamer aangeboden.

De recente cijfers rondom de ontwikkeling van de functiemix kunt u via de website www.functiemix.nl achterhalen. Deze website wordt twee keer per jaar geupdate: in het voorjaar wordt de tussenstand gemeten in oktober van het voorgaande jaar gepubliceerd en in het najaar worden de cijfers van maart van het zelfde kalenderjaar gepubliceerd.

De bekostiging vindt altijd op bestuursniveau plaats. In de CAO zijn specificaties opgenomen voor de functiemix op schoolniveau, daar is een school wel aan gehouden. Mocht een school willen afwijken van deze CAO-specificaties, dan zal zij aan de decentrale CAO-tafel hier nadere afspraken over moeten maken.  Dit kan alleen in uitzonderlijke situaties als er sprake is van kennelijk onbedoelde of onbillijke gevolgen. Het is wel zo dat de tussendoelstelling van 2011 in ieder geval gehaald moet worden. OCW zal in 2011 bij de tussenmeting op bestuursniveau kijken of de tussendoelstelling is gehaald.

Enkele scholen geven aan meer ruimte en meer maatwerk van de sociale partners en OCW bij de implementatie van de functiemix te verlangen. Zij menen dat het zonder meer toepassen van de landelijke afspraken in hun specifieke situatie tot onbedoelde of onredelijke effecten zou leiden. Waar dit inderdaad het geval blijkt te zijn wordt door de sociale partners en OCW steeds naar een passende oplossing gezocht. 

In het primair onderwijs zijn er bijvoorbeeld signalen dat de werkelijke kosten voor versterking van de functiemix hoger uitvallen dan het financieel kader in het Convenant Leerkracht van Nederland, mede als gevolg van het bevorderen van meer ervaren leerkrachten. Deze signalen zorgen voor onrust bij sommige scholen bij de invoering van versterking van de functiemix. OCW is over deze signalen in gesprek met de sociale partners om ook voor die scholen tot een succesvolle invoering van de functiemix te komen.