Functiemix

Functiemix Het kan in het onderwijs

Top 8 veelgestelde vragen VO

De functiemix is de verdeling van leraren over de salarisschalen LA, LB, LC, LD (het loongebouw). Zo was bijvoorbeeld de functiemix in het voortgezet onderwijs in 2006 als volgt: 65% van de leraren werd beloond in salarisschaal LB, 17% in LC en 18% in LD. De komende jaren komt er aanmerkelijk meer geld beschikbaar voor de versterking van de functiemix. Daardoor kunnen meer leraren een hogere functie krijgen en meer verdienen. Het streven is om meer leraren voor de klas carrière te laten maken. Per onderwijssector zijn er afspraken gemaakt om meer leraren in hogere salarisschalen te plaatsen. Dit heet de versterking van de functiemix. De functiemix geldt voor het primair en voortgezet onderwijs, het hoger beroepsonderwijs en middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie. Voor deze laatste sector wordt de term salarismix gebruikt. Meer informatie over de functiemix leraren vindt u via de websites ‘Het kan in het onderwijs” en de “Functiemix leerkracht".
De sociale partners hebben de afspraken over de versterking van de functiemix in de CAO verankerd en hebben daarbij ook nadere afspraken gemaakt over de criteria voor de toekenning van hogere schalen. Om bij het voorbeeld van het voortgezet onderwijs te blijven, daar is afgesproken dat in 2014 de functiemix gegroeid is tot 33% LB, 38% LC en 29% LD, wat betekent dat het aandeel leraren in schaal LC en LD respectievelijk met 21 en 11 procentpunten moeten groeien. Zo zijn er ook voor de overige sectoren (PO, MBO en HBO) nulmetingen uitgevoerd en doelstellingen geformuleerd voor 2014. 

Voor meer informatie over de afspraken onder de functiemix wordt u in eerste instantie verwezen naar de website www.functiemix.nl en naar de website www.hetkaninhetonderwijs.nl. De website is vooral bedoeld voor bestuurders, MR-leden, directeuren, leraren en andere betrokkenen. Zij kunnen hier de ontwikkeling van de functiemix volgen. Het is ook mogelijk om de functiemix te vergelijken met het gemiddelde, bijvoorbeeld van de schoolsoort of regio, met andere instellingen, en met de doelstelling.
De site bevat ook documenten als het Convenant LeerKracht van Nederland. Deze kunt u vinden via deze link; aan de rechterzijde van deze pagina kunt u de convenanten van de verschillende sectoren downloaden.
Ook is aanvullende informatie te vinden in de CAO-VO, waar de tripartiete convenantsafspraken door de sociale partners verder zijn uitgewerkt. Sociale partners hebben gezamenlijk een handleiding over de implementatie van de versterking van de functiemix opgesteld, welke via de websites van de sociale partners te vinden is.

De functiemix is geen overheidsregeling; het is een gezamenlijk initiatief van de werkgevers, de vakbonden en het Ministerie van OCW. Voor werkgevers bestaat al meerdere jaren de mogelijkheid om zelf functieomschrijvingen volgens de FUWA PO en VO te ontwikkelen. Deze kunnen ook gebruikt worden door werkgevers om zelf functieomschrijvingen en profielen te ontwikkelen in het kader van de functiemix.
Voor het VO zijn er voorbeeldfuncties ontwikkeld. Het gaat hierbij om de basisfunctie docent en differentiërende factoren voor de verschillende niveaus daarin (LB, LC, LD). Deze voorbeeldfuncties zijn opgenomen als bijlage bij de Brochure convenant LeerKracht, invulling docentfuncties VO. U kunt deze downloaden via http://www.hetkaninhetonderwijs.nl/content/directies-vo.

In 2009 zijn we gestart met de verbetering van de functiemix in de Randstadregio’s. Het geld voor de landelijke functiemix was beschikbaar vanaf 2010.

Het geld voor de Randstadregio’s werd verstrekt aan besturen via een regeling voor aanvullende bekostiging. Deze middelen werden voor het eerst uitbetaald in maart 2009 (met terugwerkende kracht tot 1 januari 2009). Scholen konden deze budgetten meenemen in de formatieplannen die zij in mei 2009 vastlegden. Promoties konden dan ook met terugwerkende kracht worden toegekend.

Per jaar stelt de minister van OCW een bepaald bedrag beschikbaar voor de afgesproken groeipercentages. Wanneer ervoor gekozen wordt om een hoger percentage leraren in hogere schalen te plaatsen, dan kan dit gefinancierd worden uit het reguliere lumpsumbudget. In het convenant is afgesproken dat scholen de aanvullende middelen elk jaar volledig zullen besteden aan de beloning van leraren.

Alle schoolbesturen moeten toewerken naar het behalen van een absolute doelstelling. De doelstellingen zoals deze in het Convenant Leerkracht zijn afgesproken op sector- en op bestuursniveau zijn als volgt:

De functiemix wordt versterkt met een bepaald groeipercentage bovenop de mulmeting. Er zijn twee groeipercentages vastgelegd in het convenant, één voor scholen binnen de Randstadregio’s en één voor scholen daarbuiten. Binnen of buiten deze regio’s gelden dezelfde percentages voor alle scholen.

De ontwikkeling van de functiemix wordt op verzoek van de Tweede Kamer tweemaal per jaar op 1 maart en 1 oktober gemeten. De resultaten worden in respectievelijk begin mei in de Voortgangsprapportage Leerkracht en op de derde dinsdag van september middels de Nota Werken in het Onderwijs door de bewindslieden aan de Tweede Kamer aangeboden.

De recente cijfers rondom de ontwikkeling van de functiemix kunt u via de website www.functiemix.nl achterhalen. Deze website wordt twee keer per jaar geupdate: in het voorjaar wordt de tussenstand gemeten in oktober van het voorgaande jaar gepubliceerd en in het najaar worden de cijfers van maart van het zelfde kalenderjaar gepubliceerd.

Monitoring van de functiemix wordt verricht aan de hand van de verplichte gegevensleveringen aan DUO, meestal via de salarisadministratie van een school.
Personeel dat in de salarisadministratie geregistreerd staat in de functiecategorie ‘leraar’ (functiecategorie 8, 9 of 11), telt mee voor de monitoring, ongeacht baanomvang of taakverdeling.
Als ‘vervangende’ leraren niet herkenbaar als vervanger worden geregistreerd, tellen ze noodzakelijkerwijs mee in de monitoring van de functiemix van de school. Dat wil zeggen dat de aanstellingen met code = 3 als aard van arbeidsrelatie (‘benoeming in tijdelijke dienst, in verband met vervanging’) niet zijn meegenomen in de monitoring van de functiemix. Code 3 is opgenomen in bijlage 1, par. 2.1.2 en par. 2.2., van het Besluit Informatievoorziening WVO (zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0008948).

De salarisschaal van een leraar en de schaal die hoort bij een functie komen in de salarisadministratie niet altijd met elkaar overeen. Voor de verdeling van de leraren over de functiemix wordt daarom uitgegaan van de feitelijke salarisschaal. Afwijkende salarisschalen worden omgezet in de leraarschalen LB, LC of LD, op basis van het bijbehorende bedrag. Zo worden leraren in functiecategorie 8, 9 of 11 in salarisschalen 10, 11 en 12 (veelal leraren met een garantieschaal als directielid of remedial teachers) bij de corresponderende schalen opgeteld:

Schaal 11 wordt LC
Schaal 12 wordt LD
Schaal 13 wordt LE

Waar dit niet mogelijk is wordt de schaal als ‘overig’ weergegeven. De verdeling over de salarisschalen wordt niet aangepast voor BAPO of ander verlof.

Leraren met oude HOS-salarisuitzichten schaal 11 en schaal 12 worden verwerkt als LC, resp. LD.

De bekostiging vindt altijd op bestuursniveau plaats. In de CAO zijn specificaties opgenomen voor de functiemix op schoolniveau, daar is een school wel aan gehouden. Mocht een school willen afwijken van deze CAO-specificaties, dan zal zij aan de decentrale CAO-tafel hier nadere afspraken over moeten maken.  Dit kan alleen in uitzonderlijke situaties als er sprake is van kennelijk onbedoelde of onbillijke gevolgen. Het is wel zo dat de tussendoelstelling van 2011 in ieder geval gehaald moet worden. OCW zal in 2011 bij de tussenmeting op bestuursniveau kijken of de tussendoelstelling is gehaald.

Enkele scholen geven aan meer ruimte en meer maatwerk van de sociale partners en OCW bij de implementatie van de functiemix te verlangen. Zij menen dat het zonder meer toepassen van de landelijke afspraken in hun specifieke situatie tot onbedoelde of onredelijke effecten zou leiden. Waar dit inderdaad het geval blijkt te zijn wordt door de sociale partners en OCW steeds naar een passende oplossing gezocht.